Waar is de schorpioen? Halsema en progressieve herinnering

Luttele maanden voordat zij de sleutels tot de stad Amsterdam overnam, schreef Femke Halsema als ongebonden politiek denker het Essay van de Maand van de Filosofie 2018, Macht en verbeelding. Ze betoogt daarin dat de kroonjuwelen van de progressieve, emancipatoire politiek in Nederland zijn gekaapt door neoconservatieven als Thierry Baudet en dat linkse politieke partijen er goed aan zouden doen die als rechtmatige eigenaren op te eisen. Om de politieke macht over de gemeenschap, die altijd door de verbeelding wordt geschapen en bewaard, te heroveren, zouden deze partijen, in Halsema’s woorden, de ‘strijd om de collectieve herinnering’ aan moeten gaan.

Dit vertoon van ‘left pride’ kwam Halsema op felle kritiek in de dagbladen te staan, onder meer van Sylvain Ephimenco in Trouw. Linkse politici die niet geheel tot ‘pragmatisme’ zijn bekeerd met de rampen van het ‘reëel bestaande socialisme’ om de oren slaan werkt altijd, maar is té gemakkelijk scoren. In die zin bewees de oppervlakkigheid van de discussie die het Essay opriep dat progressief Nederland hersendood is.

Zat iedereen te slapen? Ik vind dat ik zo onbescheiden moet zijn om mijn eigen recensie in iFilosofie van Halsema’s opstel als bewijs van het tegendeel naar voren te schuiven. Nergens anders heb ik gelezen wat ik daarin aankaart, en dat is een cruciaal onderscheid tussen twee soorten van herinneren. Waar de conservatief zich het verleden herinnert om het te laten rusten, liefst als een monument van eigen superioriteit, daar herinnert de progressief zich het verleden om er zich een vraag door te laten stellen: hoe zou het anders kunnen, in de tegenwoordige tijd?

Laat dat nu aanduiden wat het hiaat en probleem van Halsema’s oproep tot strijd om de collectieve herinnering is: de door nieuw rechts van oud links gejatte kroonjuwelen zijn herinneringen in de conservatieve zin des woords. Daar valt nooit ofte nimmer een progressieve politiek op te enten. Ik mis de progressieve herinnering in Halsema’s stuk. ‘Waar is de schorpioen?’ is de vraag die ik derhalve stel, verwijzend naar het iconische beeld van Marina Abramovic. Waarom ik voor die woorden heb gekozen? Ga het lezen.

Geef een reactie