Medelijden in de spiegel van het virus

Wanneer ik dit schrijf, 30 maart 2020, dwingen harde feiten en sombere voorspellingen in binnen- en buitenland me om in de spiegel te kijken die het coronavirus mij en, zonder twijfel, velen met mij voorhoudt. Twee etmalen geleden behoorde ik nog tot de mensen die, indachtig Nietzsches geniale verdraaiing van Epicurus, zolang ze leven, onsterfelijk zijn. In de spiegel van het virus herken ik die doodsverachting aan haar ingestudeerde grimas, gespeend van medelijden. In dat laatste toont zich het verachtelijke en achterlijke gezicht van sociale ontbinding. En ik vraag me af wat dáártegen valt te doen.

In Het einde van de rode mens van Svetlana Alexijevitsj lees ik over de instorting van de communistische Sovjetsamenleving en het meedogenloze cowboy-kapitalisme dat haar kwam aflossen. Onpartijdig kiest Alexijevitsj partij voor de mensen en hun meerstemmig leed onder communisme én kapitalisme. In eerste instantie roept haar boek twee gedachten bij mij op: evenmin als communisme is kapitalisme de hemel op aarde, en evenmin als communisme is kapitalisme het enig mogelijke politiek-economische systeem. Die politiek-filosofische discussie gaan we vast nog voeren, vermoed ik, maar wat me het meest te denken geeft, is dat Alexijevitsj het leed met vele verschillende stemmen laat spreken.

In Bestaan als verleiding van Emil Cioran vind ik het vervolg op dit meerstemmig lijden. Wij in het Westen zijn alle kinderen van Plato, aldus Cioran, doordrenkt van vijfentwintig eeuwen zijn én verschijnen, essentie én existentie, dat er een eeuwige innerlijke kern is én dat die in de tijd naar buiten komt. Dat zorgt er, volgens Cioran, voor dat wij niet alleen lijden onder de vergankelijkheid van de verschijnselen en het bestaan – het boeddhistische samsara –, maar ook omdat we ons het ‘Zijn’ zelf uitsluitend kunnen voorstellen als individuele Ideeën of Vormen, als wezen ván de verschijnselen en ván ieders afzonderlijke bestaan. Zolang we het wezen naar het bestaan, de eeuwigheid naar de tijd, kortom het Ene naar het Vele, modelleren, is lijden, juist in een schijnbare wending weg van dat lijden naar het nirwana van het Zijn toe, gegarandeerd.

Terwijl ik bij Alexijevitsj leed beluister dat met de stemmen van velen spreekt, leer ik van Cioran in het bestaan van Vele enkelingen het Ene gedeelde lijden herkennen. In deze spiegel zie ik in plaats van doodsverachting een sterveling, een van de vele, die aan zijn lijden is overgeleverd en daarvan, in welbegrepen overgave, geniet. Door deze filosofische reflectie voel ik medelijden en besef ik dat we in medelijden met velen zijn. Dát vormt de noodzakelijke basis van solidariteit, zowel om ‘een beetje op elkaar te letten’ als om collectief te handelen, ook als handelen neerkomt op binnen blijven. Daarom mógen we de meerstemmige stem van medelijden niet laten verstommen, zelfs niet door koren van goedbedoelende positivo’s. Medelijden is pijnlijke noodzaak en noodzakelijk genot van en voor een collectief dat uit niets dan mensen bestaat.

Svetlana Alexijevitsj, vert. Jan Robert Braat, Het einde van de rode mens. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2015.

Emil Cioran, vert. Maarten van Buuren, Bestaan als verleiding. Groningen: Historische Uitgeverij, 2001.

Geef een reactie